Na de viering van het Sinterklaasfeest is nu de tijd voor de voorbereidingen voor Kerstmis weer aangebroken.

Kerstmis

De Germanen vierden rond Midwinter (21 december) reeds midwinter- of joelfeesten (winterzonnewende) waarbij het boze werd verjaagd en het licht werd begroet. In de Scandinavische talen heet Kerstmis tot op vandaag jul.

In de vierde eeuw zorgden keizer Constantijn de Grote en de bisschoppen van de uit vervolging bevrijde vroege Kerk ervoor dat Kerstmis op 25 december zou worden gevierd. Op deze datum werd rond de Middellandse Zee tot dan toe de zonnegod vereerd onder vele verschillende namen zoals Ra in Egypte en Helios in Griekenland. In het late Romeinse Rijk was dit vooral de zonnegod Sol Invictus (=de onoverwinnelijke zon). Omdat Jezus het Licht van de Wereld genoemd werd (zie Joh. 1), zou Constantijn I - volgens bepaalde auteurs - hebben besloten dat de geboorte van Christus op deze dag gevierd zou moeten worden. Bovendien - en dit feit is invloedrijker geweest bij de opkomst van de viering van de geboorte van Christus als kerstmis - waren de dagen rond 25 december reeds de vrije feestdagen der saturnaliën. De geboorte van Jezus nam in de kerkelijke kalender daarvoor geen bijzondere plaats in, hoewel ze wel gevierd werd, en tot op de dag van vandaag geldt Pasen in het christendom eigenlijk als veel wezenlijker dan Kerstmis. Jezus werd volgens het evangelie aan het einde van het Joodse (of Romeinse) jaar geboren, maar door de kalenderwijzigingen en de verschillen in tijdrekening, wordt de overzetting niet zeer accuraat geacht, te meer, daar ook melding gemaakt wordt van kudden schapen in lagere (en dus warmere) velden rond Bethlehem.

Het weiden van schapen in Palestina is rond 25 december thans weliswaar zeldzaam, maar toentertijd niet geheel onmogelijk - de schapen die voor de offerdienst in de Joodse tempel gefokt werden, graasden het hele jaar door, ook in de omgeving van Bethlehem (Baith Lahaim- huis van het brood). De datum is ook niet met zekerheid als niet-authentiek te bestempelen, want uit de oude christelijke liturgieën - die van vóór de vierde eeuw - stamt reeds de viering van Epifanie in dezelfde wintertijd. Sextus Iulius Africanus noemt de geboorte van Christus als vallende op 25 december, in een van zijn geschriften gedateerd op 221 n. Chr.[1]